Vanaf 16 november 2020 zal het KCHL aan de D-dimeeruitslag bij patiënten ouder dan 50 jaar de volgende tekst toevoegen: ‘Om een DVT uit te sluiten geldt bij een niet-verhoogde score op de Eerstelijns beslisregel DVT bij patiënten >50 jaar een leeftijdsgerelateerde afkapwaarde van leeftijd x 0,01 mg/L. De hier van toepassing zijnde leeftijdsgerelateerde afkapwaarde is < x,xx* mg/L’.
* Deze waarde wordt automatisch uitgerekend door ons laboratorium informatie systeem
Brief aan huisartsen
12 november 2020
Leeftijdsafhankelijke stijging van d-dimeer: consequentie voor diagnostiek van Diep Veneuze Trombose
Bij een verdenking van een Diepe Veneuze Trombose (DVT) wordt in het kader van de risicoschatting gebruikgemaakt van de Eerstelijns beslisregel DVT (1) om de voorafkans in te schatten. Indien de voorafkans op basis van de klinische beslisregel als laag wordt ingeschat (score ≤ 3), kan vervolgens de D-dimeer bepaling gebruikt worden. Indien de waarde daarvan kleiner is dan 0,50 mg/L, dan kan de aanwezigheid van een DVT met voldoende zekerheid worden uitgesloten. De D-dimeerwaarde stijgt echter geleidelijk met de leeftijd (2). Als gevolg daarvan, komt de waarde van de D-dimeer bij mensen met een leeftijd boven de 50 jaar ook zonder DVT vaak al hoger dan 0,50 mg/L uit. Daarmee is het toepassen van de test en het eerder genoemde afkappunt zonder aanvullende maatregelen feitelijk niet zinvol. Dit heeft tot gevolg dat bij mensen boven de 50 jaar vrijwel altijd beeldvormend vervolgonderzoek nodig is (compressie-echo) voor het aantonen/uitsluiten van een trombosebeen.
Aanpassen afkapgrens
Uit meerdere retrospectieve studies is inmiddels gebleken dat de afkapgrens voor de D-dimeer test tot <0,01 x leeftijd (bij patiënten boven de 50 jaar) veilig kan (3,4). Dus bij een 80-jarige patiënt wordt de afkapwaarde < 0,01x80 = <0,80 mg/L. Voor patiënten die in 2019 zijn ingestuurd naar Tergooi met de vraagstelling DVT is retrospectief onderzocht of gebruikmakend van de leeftijdsafhankelijke D-dimeer DVT veilig uitgesloten kon worden bij patiënten ouder dan 50 jaar. Dit bleek ook in ons eigen cohort het geval.
In samenspraak met de internisten gaat het klinisch chemisch en hematologisch laboratorium ( KCHL) daarom over op deze nieuwe leeftijdsgerelateerde afkapwaarde voor de vraagstelling DVT.
Het KCHL zal bij het toepassen van de werkafspraak in het kader van de vraagstelling longembolie GEEN gebruik maken van een leeftijdsafhankelijke cut-off voor D-dimeer. Inmiddels is namelijk duidelijk geworden dat bij het toepassen van de YEARS criteria om de klinische waarschijnlijkheid van longembolie in kaart te brengen het gebruik van een leeftijdsafhankelijke cut-off voor D-dimeer geen meerwaarde heeft (5).
Meer informatie
Met vragen of opmerkingen kunt u contact opnemen met: Karin Daemen, internist-vasculair geneeskundige; Pieter Willem Kamphuisen, internist-vasculair geneeskundige; Ellen Jeninga, klinisch chemicus of Kim de Bruyn, klinisch chemicus.
1. NHG-Standaard Diepe veneuze trombose en longembolie (2017). https://www.nhg.org/standaarden/samenvatting/diepe-veneuze-trombose-en-longembolie
2. Harper PL, Theakston E, Ahmed J, Ockelford P. D-dimer concentration increases with age reducing the clinical value of the D-dimer assay in the elderly. Intern Med J. 2007;37(9):607-13
3. R. Douma et al. Using an age-dependent D-dimer cut-off value increases the number of older patients in whom deep vein thrombosis can be safely excluded. Haematologica 2012;97(10):1507-1513.
4. Schouten HJ et al. Diagnostic accuracy of conventional or age adjusted D-dimer cut-off values in older patients with suspected venous thromboembolism: systematic review and meta-analysis. BMJ. 2013 May 3;346:f2492.
5. Van der Hulle T et al. Simplified diagnostic management of suspected pulmonary embolism (the YEARS study): a prospective, multicentre, cohort study. The Lancet 2017; 390: 289-297.